Huishoudelijk reglement

 

Art 1. Algemeen

Elk lid kent de voorschriften en gedraagt er zich naar.

De lesgever kan de toegang tot de dojo verbieden aan iedereen die zich niet gedraagt of de les stoort.

Problemen of opmerkingen worden enkel overgemaakt aan de lesgever of een bestuurslid.

 

Art 2. Houding

Een Jiu-Jitsuka gedraagt zich steeds waardig.

Geen agressie op of naast de tatami of tegen een mede Jiu-Jitsuka, bestuurslid, enz.

De Jiu-Jitsuka gedraagt zich sportief (Hou de clubnaam hoog).

Elke Jiu-Jitsuka dient de gordelgraden te respecteren zowel van laag naar hoog en omgekeerd.

 

Art 3. Hygiëne

De Jiu-Jitsuka heeft een verzorgd voorkomen.

De nagels van handen en voeten zijn steeds kort en verzorgt.

De kimono dient steeds zuiver en gestreken te zijn.

Verplaatsingen buiten de tatami gebeurt steeds op pantoffels.

Verwondingen worden onmiddellijk gemeld aan de lesgever en dadelijk verzorgd.

Medische problemen worden steeds vooraf gemeld aan de hoofdlesgever.

 

Art 4. DE LESSEN

Ieder lid komt tijdig aan in de dojo en helpt met het plaatsen van de tatami.

Laatkomers vragen de lesgever toelating om de tatami te betreden.

De leden vragen steeds toestemming om de tatami te verlaten om welke reden dan ook.

 

Art 5. LIDMAATSCHAP & VERZEKERING

De bijdrage dienen tijdig betaald te worden om in orde te zijn met de federatie en de verzekering.

 

ART 6. GEDRAGREGELS OP DE TATAMI

Beslissingen op de tatami vallen onder de bevoegdheid van de lesgever.

Kimono zuiver en de voorziene kentekens op de juiste plaats.

Kenteken van de club op de linker boven mouw.

Kenteken van de federatie onderaan op de linker overslag (Verplicht vanaf 2de KYU).

Dames dragen een wit T-shirt onder hun kimonovest.

De gordel is steeds correct geknoopt.

Het dragen van ringen en juwelen is verboden.

Handen en voeten dienen steeds gewassen te zijn.

Op de tatami wordt er niet gegeten, gedronken of gerookt.

Wanneer wordt er gegroet:

Bij het betreden van de dojo.

Bij het betreden of verlaten van de tatami.

Bij aanvang en einde van de les.

Bij elke partnerwissel.

Art 7. SANCTIES

Mondelinge berisping:

Een terechtwijzing door de lesgever gekoppeld aan een extra oefening, of de onttrekking aan een bepaald gedeelte van de les.

Uitsluiting:

Na verschillende terechtwijzingen en met overleg met de overige lesgevers en bestuursleden.

Bij minderjarigen worden de ouders steeds hieromtrent geïnformeerd.